Wet aanpak woonoverlast

Ernstige en herhaaldelijke overlast in, vanuit en rond woningen vormt een zeer ernstige inbreuk op de leefbaarheid van een wijk. Bovendien heeft het een negatieve invloed op de veiligheidsgevoelens van bewoners. De gemeente vindt het dan ook noodzakelijk dat tegen dergelijke overlast opgetreden wordt.

De burgemeester heeft per 21 maart 2018 een nieuwe bevoegdheid gekregen om woonoverlast vanuit zowel huur- als koopwoningen aan te pakken. Deze nieuwe bevoegdheid is neergelegd in artikel 2:79 APV en vloeit voort uit de Wet aanpak woonoverlast. In die wet is bepaald dat iedere inwoner een zorgplicht heeft om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. Als die zorgplicht wordt geschonden en dit leidt tot ernstige en herhaaldelijke woonoverlast, kan de burgemeester aan de overtreder een gedragsaanwijzing geven. Uit die gedragsaanwijzing blijkt wat de overtreder moet doen of juist moet laten om verdere overlast te voorkomen. In het uiterste geval kan de burgemeester aan de overtreder een tijdelijk huisverbod opleggen.

De verwachting is dat de Wet aanpak woonoverlast maar zeer incidenteel wordt toegepast. In de wet is namelijk bepaald dat deze nieuwe bevoegdheid van de burgemeester een ultimum remedium is. Dat betekent dat de burgemeester deze wet alleen kan toepassen als er geen andere geschikte manier voorhanden is om de overlast tegen te gaan. Inwoners die verzoeken om toepassing van deze wet, moeten dan ook inzichtelijk maken op welke manieren al is geprobeerd de overlast tegen te gaan.

In de ‘Beleidsregels Wet aanpak woonoverlast Sittard-Geleen’ is vastgelegd hoe de burgemeester met deze nieuwe bevoegdheid omgaat en in welke gevallen en onder welke voorwaarden de wet kan worden toegepast.